Een baai, Chapman’s Peak, een strand en pinquins
Onze laatste ‘echte dag’ in Kaapstad hebben we gebruikt om het schiereiland ten zuiden van Kaapstad te verkennen. Niet echt onze laatste dag natuurlijk, maar de dinsdag is er toch eentje van koffers pakken, op tijd naar het vliegveld, auto inleveren. Dat is altijd een wat rusteloze dag, althans voor ons.
Maar eerst dat rondje schiereiland dus. Vanuit Kaapstad ging het eerst richting Houtbay. Dat ligt heel verrassend aan een baai met prachtig helder blauw water, een mooi strandje en een overheerlijk koffietentje aan het strand. Het was weer heerlijk weer en dus goed toeven op dat terrasje met koffie en uitzicht op strand en baai.



Na Houtbay voerde de planning van Marijke ons de Chapman’s Peak Drive op. Een schitterende weg die klimmend en dalend strak langs de kust gaat. Zo strak dat bij slecht weer de weg afgesloten wordt, ik vermoed omdat dan stijgende bewolking langs de berghelling het zicht op de weg onmogelijk maakt. Daar hadden we vandaag geen last van. Het is zo’n weg waar je eigenlijk na elke bocht weer verrast wordt door het uitzicht en een stop wil maken. Vaak is de weg/ruimte daar te smal voor en moet je het doen met de herinnering in plaats van een foto. Gelukkig ook is op een aantal mooie punten ook gezorgd voor ruime mogelijkheden om te stoppen.
Wat je hier veel ziet is dat ze op fotogenieke hotspots een levensgroot fotokader hebben neer gezet. Je kunt daar in gaan zitten of staan en zo jij eigen ansichtkaart fabriceren. Natuurlijk hebben wij van die uiterst aardige en originele mogelijkheid ook gebruik gemaakt. 🙂

Tegen lunchtijd waren we in Scarborough. Onze ZA-adviseurs hadden ons daar aangeraden om bij Whole Earth Cafe te gaan eten. In eerste instantie reden we daar ongemerkt voorbij en zochten we een mogelijkheid om te keren. Dat lukte op een plek waar al wat auto’s langs de kant van de weg stil stonden. Draaiend met de auto werd duidelijk waarom ze stil stonden. Bavianen in de berm. Apies kijken dus. Dat kwam goed uit want eerder hadden we dat al meegemaakt, maar zonder foto’s als bewijs.
Terugrijdend zagen we Whole Earth Cafe nu wel en daar wat gegeten. Na de lunch zijn we wandelend de weg over gestoken en door een smalle duinenstrook naar het strand gelopen. Wat Marijke betreft het mooiste strand ooit: zand, rotsen, blauwe Atlantische oceaan, prachtige schelpen en niet te vergeten echt strandweer met zon en een koele bries die het water deed opspatten.



Het werd tijd om de oversteek te maken naar de Indische oceaan aan de andere kant van de Kaapse Schier. Daar was Simonstown met Boulders beach. Daar is een pinquin kolonie te bewonderen en dat stond uiteraard op de to-see-list. Bijzonder on te zien, maar de eerste associatie die ik hierbij heb is ijsschotsen met daarop pinquins. Hier natuurlijk niet. Ze zaten in de zon op het strand en tussen de struiken daarlangs.



Tot slot hadden we Constantia nog op het schema staan, maar dat hebben we bewaard voor de dinsdag, echt de laatste dag.
Ons hotel had op het dagelijkse ‘Wat is het voor weer? Wat is er te doen? Quote van Mandela’-bulletin voor de maandag een niet te missen visreataurant met adembenemend uitzicht op de Tafelberg aangeraden. Dat konden ze voor je reserveren en dat hebben we laten doen. Bleek bij nader inzien helemaal aan de andere kant van Kaapstad te zijn, een half uur per Uber. Nkcubeko, onze chauffeur draaide Coldplay en de rit was zo voorbij. Blowfish restaurant had inderdaad een prachtig zicht op de berg en de oester smaakten prima 🙂

